De vliegbelasting die het kabinet in 2021 wil invoeren, valt de helft lager uit dan eerder gepland, zo blijkt uit een dinsdag ingediend wetsvoorstel voor een nationale vliegbelasting.

De tarieven zijn bijgesteld na een rapport van onderzoeksbureau CE Delft. Het tarief wordt nu 3,85 euro per ton vracht voor vliegtuigen die veel lawaai produceren en 1,925 euro voor minder lawaaiige toestellen.

Passagiers gaan ongeveer 7 euro betalen. Het precieze tarief moet nog worden vastgesteld, omdat het bedrag bij het Belastingplan 2021 nog wordt gecorrigeerd voor inflatie. Het is de verwachting dat het tarief onder de 7,50 euro zal blijven. Transferpassagiers worden uitgezonderd.

Nederland hoopt nog altijd op een Europese vliegbelasting, maar een initiatief laat te lang op zich wachten, vindt het kabinet. Als er op 1 januari 2021 nog geen Europees plan ligt, wordt teruggegrepen op de nationale vliegtaks.

Staatssecretaris wil minder verschil tussen vlieg- en treintickets

Het kabinet wil met de vliegbelasting de luchtvaartsector duurzamer maken. Voor het internationale vliegverkeer hoeft momenteel geen accijns of btw te betaald te worden.

"Internationaal vliegen wordt - in tegenstelling tot de auto, bus of trein - op geen enkele manier belast. Dit is een belangrijke reden om een vliegbelasting in te voeren. Dit draagt ook bij aan het verkleinen van de prijsverschillen tussen vliegtickets en bijvoorbeeld treintickets", zegt staatssecretaris van Financiën Menno Snel.

De vliegbelasting gaat de schatkist 200 miljoen euro per jaar opleveren.