De prijzen van Nederlandse nieuwbouwwoningen zijn in 2018 met bijna 13 procent gestegen. Daarmee laat Nederland na Slovenië de steilste klim van Europa zien, blijkt uit het donderdag verschenen rapport Nederland langs de Europese meetlat van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In Europa loopt de gemiddelde prijsstijging van nieuwbouw tussen 2017 en 2018 sterk uiteen, waarbij Italië met slechts enkele procenten onderaan bungelt.

Tussen 2008 en 2018 is Nederland in de huizenprijsindex overigens geen koploper. De prijzen lieten over heel Europa een grillig verloop zien. In veel landen was sprake van een flinke daling tijdens de crisis en een langzaam herstel erna. Zo zijn in Nederland de prijzen inmiddels weer 4 procent hoger dan tien jaar geleden, terwijl het Europees gemiddelde 12 procent hoger is dan in 2008.

In Zweden waren de huizenprijzen in 2018 maar liefst 70 procent hoger dan in 2008, mede doordat de crisis daar geen enorme invloed bleek te hebben op de prijzen. Er zijn echter ook elf Europese landen waar de huizenprijzen nog altijd lager zijn dan tien jaar geleden. In Spanje zijn de woningprijzen zelfs 19 procent lager dan in 2008.

97 procent van de Roemenen bezit een woning

Qua woningbezit zit Nederland met zo'n 70 procent van de bevolking op het Europees gemiddelde. In Duitsland heeft maar 51 procent van de mensen een eigen huis.

In Oost-Europese landen komt woningbezit juist het meest voor. Zo heeft maar liefst 97 procent van de inwoners van Roemenië een eigen woning, gevolgd door Kroatië, Slovenië en Litouwen met respectievelijk 93, 90 en 90 procent.

Andere cijfers: Lage jeugdwerkloosheid, veel zzp'ers

In het rapport worden ook andere cijfers op Europees niveau vergeleken. Zo blijkt dat Nederland met 4,9 procent in 2017 een lagere werkloosheid heeft dan het gemiddelde van 7,6 procent. Onze jeugdwerkloosheid is met 8,6 procent in 2017 zelfs bijna de helft van het Europees gemiddelde van 16,8 procent.

Nederland heeft ook meer zzp'ers dan gemiddeld. Hier is ruim 12 procent van de mensen zelfstandig ondernemer, terwijl in Europa het gemiddelde rond de 10 procent ligt.

Het risico op armoede of sociale uitsluiting is in Nederland met 17 procent lager dan het Europese gemiddelde van 22 procent. Alleen Slowakije, Finland en Tsjechië doen het beter.