Nederland en zes gelijkgestemde EU-lidstaten verzetten zich tegen de Frans-Duitse plannen omtrent een budget voor de eurozone. Het moet vooral veel minder gaan kosten, schrijven de landen woensdag in een gezamenlijke verklaring.

Het eurozonebudget komt oorspronkelijk uit de koker van de Franse president Emmanuel Macron. Later vond hij steun bij de Duitse bondskanselier Angela Merkel.

Het plan leidt echter al langer tot veel verzet vanuit een groep noordelijke EU-landen, ook wel de 'Hanzegroep' genoemd. Het gaat om Nederland, Ierland, Denemarken, Zweden, Finland, Letland en Litouwen.

In december werd afgesproken dat het eurozonebudget er alleen in afgeslankte vorm komt. Het budget zal alleen met de bestaande middelen worden gefinancierd en mag niet gebruikt worden om andere landen uit de brand te helpen, maar wel om landen concurrerender te maken. Het mag bovendien geen budget meer heten. Het wordt voortaan een instrument genoemd.

In februari kwamen Duitsland en Frankrijk samen met een verdere uitwerking van dat plan, waarin de landen toch de deur openden voor aparte belastingen om het instrument te financieren.

Minder geld, geen aparte belastingen

Net als in december laat de 'Hanzegroep' in een gezamelijke brief wederom weten weinig te zien in de voorstellen van de Commissie, Frankrijk en Duitsland. De 22 miljard euro die voor het instrument wordt gereserveerd in de EU-begroting moet allereerst "substantieel lager", aldus de Nederlandse minister van Financiën Wopke Hoekstra en zijn zes Europese collega's.

Bovendien laten de landen weten dat ze geen voorstander zijn van "speciale belastingen", omdat het heffen van belastingen alleen een bevoegdheid van de lidstaten mag zijn.

Onderdeel van begrotingsonderhandelingen

Omdat het eurozonebudget uit de huidige begroting van de EU moet worden gefinancierd, is het instrument onderdeel van de onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK), de meerjarenbegroting van de Europese Unie.

Momenteel wordt er onderhandeld over het nieuwe MFK voor 2021 tot 2027. Landen moeten het unaniem eens worden over die begroting.