MILAAN - Banca Popolare Italiana (BPI) gaat zijn belang van bijna 30 procent in Antonveneta verkopen aan ABN Amro. Dat heeft de Italiaanse krant La Repubblica dinsdag gemeld. Met de verkoop lijkt de Nederlandse bank de overnamestrijd rond Antonveneta in zijn voordeel te beslechten. ABN Amro wilde geen commentaar geven op de berichtgeving.

BPI wierp zich de afgelopen maanden op als belangrijkste rivaal van ABN Amro in het gevecht om Antonveneta. 'Pop Italiana', zoals de bank in de volksmond heet, wist een belang van 30 procent op te bouwen in Antonveneta en wierp zich op als 'redder' van de Noord-Italiaanse bank. BPI wordt intussen verdacht van misbruik van de markt, handel met voorkennis en tegenwerken van de toezichthouders.

Opspraak

Het belang van BPI in Antonveneta werd deze zomer onder toezicht gesteld en een reeks mensen uit de Italiaanse bankwereld raakte in opspraak. Onder hen is de president van de centrale bank, Antonio Fazio, die 'Pop Italiana' zou hebben voorgetrokken.

Gaat de transactie door, dan krijgt ABN Amro een meerderheid van circa 60 procent van de aandelen Antonveneta in handen. De beheerder van het BPI-belang in Antonveneta, Emanuele Rimini, verklaarde begin augustus al het logisch te vinden als BPI de stukken zou overdoen aan ABN Amro.

Bod

Volgens La Repubblica neemt ABN Amro de stukken van BPI over voor 26,50 euro per aandeel. Dat is gelijk aan het bedrag dat ABN Amro via het inmiddels verlopen bod wilde geven. De krant meldt verder dat ABN Amro vervolgens een bod zal lanceren op heel Antonveneta.