Twee groepen investeerders hebben taxidienst Lyft voor de rechter gesleept, omdat het bedrijf bij de beursgang zijn eigen waarde te hoog zou hebben ingeschat. Aandelen van het bedrijf werden verkocht voor 72 dollar (zo'n 64 euro) en zijn nu, drie weken later, met bijna 20 procent gedaald naar 58 dollar.

De investeerders menen dat Lyft, rivaal van Uber, het eigen marktaandeel schromelijk heeft overschat door het op 39 procent vast te stellen.

Lyft werd opgericht in 2012 en is actief in de Verenigde Staten en Canada. Via de app kunnen gebruikers een taxi bestellen voor een prijs die lager ligt dan die van een standaardtaxi. Lyft biedt ook leenfietsen en -scooters aan.

De investeerders verwijten Lyft ook dat het ze niet heeft geïnformeerd over de drieduizend elektrische deelfietsen die teruggeroepen moesten worden van de straten van New York, San Francisco en Washington. Sommige fietsen bleken slecht werkende remmen te hebben, met ongelukken als gevolg. Daarnaast blijft er onvrede bestaan over de arbeidsvoorwaarden onder de chauffeurs van de Lyft-taxi's.

Verdere daling na beursgang Uber

Het aandeel van Lyft zakte na een fikse stijging van 21 procent op de dag van de beursgang al snel in elkaar. Nadat Uber afgelopen week zijn beursgang aankondigde, daalde het nog verder.

Het is niet ongebruikelijk dat bedrijven na een tegenvallende beursgang door hun investeerders worden aangeklaagd. Zo werden eerder ook Facebook en Snap Inc, het bedrijf achter Snapchat, gedaagd wegens het verstrekken van misleidende of onvolledige informatie bij de introductie op de beurs.