Het loont voor gemeenten meer om kansrijke bijstandsontvangers aan het werk te helpen dan mensen die geen bijstand ontvangen en mensen die veel begeleiding en subsidie nodig hebben, blijkt uit een vrijdag gepubliceerd onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB).

Als bijstandsontvangers met een "relatief hoge loonwaarde" parttime aan de slag gaan, betekent dit namelijk dat gemeenten maximaal besparen op de uitkering. Bovendien hoeven ze dan minder subsidies en begeleidingskosten in te zetten, aldus het CPB.

De financiële prikkel zet gemeenten er bovendien toe aan deze groep kansrijke bijstandsgerechtigden zoveel uren te laten werken, dat ze net uit de bijstand komen.

Meer uren betekenen immers een hogere loonkostensubsidie (LKS), terwijl er niet verder bespaard kan worden op de bijstandsuitkering.

Subsidie voor mensen die minder dan minimumloon verdienen

Werkgevers die iemand met een ziekte of handicap in dienst nemen, kunnen een loonkostensubsidie aanvragen voor werknemers die minder dan het minimumloon kunnen verdienen.

Met de subsidie wordt het gat tussen de zogenoemde loonwaarde van de werknemer en het minimumloon gedicht. De loonwaarde is de economische waarde van het werk dat de werknemer doet.

Hoe lager de loonwaarde van een persoon en dus hoe hoger de LKS, hoe negatiever de financiële prikkel voor de gemeente uitpakt. En voor mensen zonder recht op bijstand, de zogenoemde nug'ers, is de financiële prikkel sowieso negatief.

Dan moeten er wel kosten gemaakt worden voor subsidies, maar is er geen besparing op de bijstand.

Aantal plaatsingen van mensen met beperking is lager dan geraamd

De huidige financieringsmethode is niet de beste prikkel voor gemeenten om alle doelgroepen die onder de Participatiewet vallen aan een baan te helpen, concludeert het CPB.

De methode kan volgens het planbureau beter anders worden ingevuld. Het aantal plaatsingen van mensen met een beperking is lager dan geraamd en de subsidies en middelen blijven onderbenut.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is bezig met een onderzoek naar een wijziging van de financiering van loonkostensubsidies voor mensen met een arbeidsbeperking. Het CPB heeft drie opties voor de nieuwe invulling doorgerekend.