Bernard Arnault heeft donderdag zijn donatie van 200 miljoen euro aan de afgebrande Notre-Dame verdedigd, nadat critici beweerden dat dit hem belastingvoordeel zou opleveren. Arnault, de rijkste man van Frankrijk, stelt dat dit niet waar is en noemt de beschuldigingen "kleinzielig".

Arnaults donatie kwam na de bijdrage van Francois-Henri Pinault, de man die als zijn aartsrivaal wordt gezien.

Pinault is de CEO van het moederbedrijf van Gucci en gaf 100 miljoen euro om het gedeeltelijk verwoeste monument te herstellen. Arnault, lid van de familie achter het moederbedrijf van Louis Vuitton, doneerde vervolgens het dubbele. Grote Franse bedrijven volgden het voorbeeld van de twee, waarmee uiteindelijk bijna 1 miljard euro werd ingezameld.

Politici, goede doelen en anderen stelden daarop vragen over de grootte van de donaties en de snelheid waarmee de bedrijven overgingen tot hun giften. Ze vragen zich onder meer af of de bedrijven wellicht belastingvoordelen ontvangen door hun donatie.

'Ontmoedigend om bekritiseerd te worden'

"Het is een controverse zonder basis", zegt Arnault. "Het is behoorlijk ontmoedigend om te zien dat je in Frankrijk zelfs wordt bekritiseerd als je iets doet voor het algemeen belang." Zijn bedrijf heeft volgens hem de maximale belastingvoordelen al binnen door kunstmuseum Louis Vuitton Foundation te beginnen.

Volgens de Franse wet kunnen personen of bedrijven die geld doneren aan een goed doel 60 procent belastingaftrek krijgen.

Ook Franse vakbonden lieten zich negatief horen over de grote stroom aan donaties. Ze noemen het ergerlijk dat de gulle gevers niet te vinden zijn als er geld nodig is om sociale problemen op te lossen.