Het energieverbruik in Nederland is vorig jaar met 1,5 procent gedaald naar 3.100 petajoule, blijkt woensdag uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Er werd vooral minder steenkool verbruikt. Hierdoor daalde het aandeel steenkool naar 11 procent.

Het totale aandeel van de fossiele energiebronnen in het energieverbruik daalde met 2 procentpunt naar 90 procent.

Aardgas is goed voor ruim 40 procent en aardolie voor een kleine 40 procent. Andere energiebronnen zijn hernieuwbare energie, kernenergie, afval en de import van elektriciteit.

De daling van het steenkoolverbruik was te danken aan het stilzetten van oude kolencentrales. In totaal daalde het steenkoolverbruik van 380 petajoule in 2017 naar 340 petajoule in 2018.

Die daling werd opgevangen door geïmporteerde stroom. De netto-import steeg naar 29 petajoule. In 2016 en 2017 werd het wegvallen van de productie van elektriciteit uit steenkool nog opgevangen met stroomproductie uit aardgas.

Bij het berekenen van het energieverbruik telt het CBS niet alleen het stroom- en warmteverbruik, maar ook het verbruik van bijvoorbeeld brandstoffen voor transport of het produceren van plastic of mest met olie.

Bij de berekening van het aandeel hernieuwbare energie gebruikt het CBS de rekenregels vanuit de EU. Hierdoor wijken deze gegevens af van de cijfers die deze woensdag zijn gepresenteerd