De rijkste 1 procent van alle Nederlanders heeft het vermogen in 2017 opnieuw zien toenemen. De groep kreeg er ruim 13 miljard euro bij, schrijft de Volkskrant donderdag op basis van opgevraagde cijfers bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het totale bezit kwam zo op 332 miljard euro.

Het gemiddelde bezit van de rijksten komt hiermee op zo'n 4,3 miljoen aan privaat vermogen. Dit bestaat uit de waarde van aandelen, geld op de bank, huizen en ander bezit.

De krant vroeg ook cijfers op over de rijkste 0,1 procent, een groep die bestaat uit 7.700 huishoudens. Deze groep kreeg er 7,3 miljard euro bij en had in 2017 gemiddeld 17,6 miljoen euro in bezit. In 2016 was dat nog 16,9 miljoen euro.

Door huizenprijsstijgingen is het verschil tussen arm en rijk in Nederland wel afgenomen, hoewel de vermogensongelijkheid nog altijd aanzienlijk is.

De rijkste 1 procent bezat in 2017 maar liefst 26,3 procent van het totale vermogen van 1.260 miljard euro. In 2016 was dat 27,3 procent. De rijkste 0,1 procent bezat in 2017 bijna 11 procent van al het vermogen, ook iets minder dan in 2016.

Een woning blijkt het belangrijkste onderdeel van het vermogen, ook voor de mensen die niet tot de rijkste 1 procent behoren. Dit verklaart volgens de Volkskrant waarom de huizenprijsstijgingen zo'n groot effect hebben gehad op het verschil tussen arm en rijk.