EINDHOVEN - Philips spreekt van een zorgwekkende situatie op de arbeidsmarkt. "Het jarenlang onvoldoende erkennen van het probleem van leer- en taalachterstanden onder vooral laaggeschoolde allochtonen, wordt meer en meer voelbaar." Het elektronicaconcern constateert dat het hierdoor bijna onmogelijk is voor bedrijven om de huidige groep langdurig werklozen een arbeidsplaats te bieden.

"Vooral de overheid heeft een verantwoordelijkheid op het gebied van de inburgering van mensen die hier in dit land zijn. Wij constateren echter dat een steeds groter wordende groep mensen niet inzetbaar is door een taalachterstand", aldus een woordvoerder van Philips zondag.

De fabrikant van hightechproducten en huishoudelijke spullen als koffiezetapparaten zegt in het jaarverslag van zijn werkgelegenheidsplan over 2001 "aan de grenzen van het haalbare" te zijn gekomen bij de bestrijding van werkloosheid. Philips is in 1982 begonnen met een project om mensen toe te leiden naar de arbeidsmarkt en inmiddels hebben 10.046 mensen hieraan meegedaan.

Met het huidige werklozenbestand is het volgens Philips flink moeilijker werken. Nieuwe deelnemers aan het project behoren tot "de harde kern" van de werklozen en hebben een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. De mensen missen sociale- en technische vaardigheden om aan de slag te kunnen gaan. Vaak is ook sprake van een veelvoud aan problemen als taalachterstand, schulden, culturele verschillen, verslaving, relatie-, huisvestings- en psychische problemen.

Salaris

Bovendien hebben werklozen door de krapte op de arbeidsmarkt een andere instelling dan voorheen, volgens Philips. "Ze zijn vooral niet tevreden over het betalingsniveau." Een salaris op wettelijk minimumniveau met een voor Philips-werknemers gebruikelijke dertiende maand, kan werkzoekenden minder bekoren om mee te doen aan het project.

Fors minder mensen hebben vorig jaar dan ook meegedraaid in het Philips-project, 282 werklozen tegen 402 in 2000. Tweederde van de mensen die in 2001 het project hebben afgerond, hebben begin juni een baan: 16 procent bij Philips, eenderde elders en 15 procent via een uitzendbureau. Dat is het slechtste resultaat sinds 1993, stelt het concern. Van de deelnemers uit 2000 was een jaar later nog 78 procent aan het werk.

Een-op-een begeleiding

"We moeten mensen nu bijna een-op-een begeleiden en allerlei voortrajecten zijn nodig om aan problemen als een taalachterstand te werken. We moeten meer inspanning leveren, maar het levert minder op", verklaart de zegsman van Philips.

Het elektronicaconcern gaat zijn werkgelegenheidsproject herzien. "Aan de ene kant weten we dat de werkloosheid weer oploopt. Aan de andere kant is intern, zoals een grote populatie werknemers in de fabrieken, ook veel behoefte aan om- en bijscholing", licht de woordvoerder toe.

Momenteel zit Philips in een reorganisatie en verplaatst het bedrijf productie vanuit Nederland naar lagelonenlanden om de economische teruggang en toenemende concurrentie het hoofd te bieden. De zegsman wijst er wel op dat Philips "zelfs" ten tijde van de ingrijpende saneringsoperatie Centurion doorging met het Werkgelegenheidsplan.