AkzoNobel heeft vorig jaar minder verf verkocht. Dat is onder meer te wijten aan afnemende verkopen in China na een bijzonder sterk 2017. Met prijsstijgingen wist het verfconcern stijgende materiaalkosten grotendeels te compenseren. Daarentegen zaten wisselkoerseffecten Akzo dwars.

In China had Akzo eind 2017 een bijzonder sterk kwartaal, met name bij de decoratieve verf- en laksoorten. De verkopen in het Aziatische land zijn nu weer terug op het niveau van 2016.

Ook de ruwe materiaalkosten stegen vorig jaar door. Wel zwakte de stijging van grondstofkosten tegen het einde van het jaar af.

AkzoNobel kon met prijsstijgingen tegenwicht bieden aan de hogere kosten en zo zijn winstmarge op peil houden. De materiaalkosten stijgen in het eerste half jaar van dit jaar vermoedelijk nog verder, al gaat dat minder hard dan in het afgelopen jaar.

200 miljoen aan kostenbesparingen

Een vorig kwartaal aangekondigd kostenbesparingsprogramma moet 200 miljoen euro besparen. Onder meer een aantal IT-systemen zijn onlangs vervangen door één nieuw systeem. Verder wil Akzo dubbelingen in de leveringsketen aanpakken.

De jaaromzet van AkzoNobel kwam 4 procent lager uit op bijna 9,3 miljard euro. Zonder wisselkoerseffecten was dat echter een stijging van 1 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Daar hield de verfmaker, die afgelopen jaar de verkoop van de bedrijfstak Specialty Chemicals afrondde, onder de streep 410 miljoen euro van over bij zijn voortgezette activiteiten. Dat was in 2017 nog 443 miljoen euro. Uit de afgestoten activiteiten haalde Akzo een winst van 6,3 miljard euro.