AMSTERDAM - Meer dan de helft van de euromunten in Nederland is buitenlands. Dat geldt niet voor de munten met de laagste waarden, van de stuivers is 73 procent nog van eigen bodem, maar wel voor de munten van 1 en 2 euro. De euromunten hebben verschillende 'reissnelheden'.

Van de munten van 1 euro is nog maar 21 procent van binnenlandse afkomst, van de 2-euro-munten is ongeveer 23 procent nog 'autochtoon'. Dat blijkt uit de maandelijke peilingen door de vrijwilligers van het eurodiffusieproject. De gegevens zijn zondag bekendgemaakt.

De meeste buitenlandse munten komen uit Duitsland (20 procent), België (14 procent) en Frankrijk (9 procent). Daarna volgen de munten uit de vakantielanden Spanje, Portugal, Italië en Oostenrijk. Luxemburg, Griekenland, Finland en Ierland sluiten de rij.

Sinds 1 februari 2003 houdt een groep vrijwilligers de stand van de verspreiding van de euromunten bij. Zij namen het eurodiffusieproject over van de initiatiefnemers, de Studiegroep Wiskunde met de Industrie en het wetenschapsmagazine Natuur & Techniek. De vrijwilligers tellen elke maand.