De kosten van de vertrekregeling bij de Belastingdienst, die in 2015 in het leven werd geroepen bij een reorganisatie van de fiscus, vallen nog hoger uit dan verwacht. Medewerkers die op het punt stonden om met pensioen te gaan, blijken ook recht te hebben op een vertrekregeling.

Dat blijkt uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter voor ambtenarenzaken. De uitspraken werden in november gedaan en werden opgemerkt door De Telegraaf

Het gaat hier om ambtenaren die in feite al gestopt waren met werken. Zij hadden onbetaald verlof genomen tot ze de pensioenleeftijd hadden bereikt. De medewerkers maakten gebruik van de zogeheten levensloopregeling en hadden niet de intentie om nog voor de Belastingdienst te gaan werken.

Zes medewerkers stapten naar de rechter, omdat ze van mening waren recht te hebben op een vertrekpremie. Dit verzoek werd eerder door de Belastingdienst geweigerd, omdat de medewerkers met het ingaan van de levensloopregeling al duidelijk gemaakt zouden hebben niet meer voor de Belastingdienst te willen werken.

Rechtbank: niet verplicht om aan eind levensloopregeling ontslag te nemen

De rechter heeft vervolgens in november bepaald dat de zes ambtenaren die richting hun pensioen gingen wel degelijk recht hebben op een vertrekpremie. Volgens de rechtbank is het namelijk niet verplicht om aan het einde van een levensloopregeling ontslag te nemen. "Een medewerker kan dan ook niet de mogelijkheid worden ontzegd om weer terug te keren in het werkproces", stelt de rechter.

En dus krijgen de zes medewerkers gewoon een vertrekpremie, dat bedrag loopt op in de tienduizenden euro's. Dat het om een groot bedrag gaat, komt doordat de vertrekregeling aantrekkelijker is voor oudere werknemers. Mensen die dicht op hun pensioen zaten, kregen dus de grootste zak geld mee.

Reorganisatie uit de hand gelopen

In 2015 besloot de Belastingdienst over te gaan tot een reorganisatie. Volgens toenmalig staatssecretaris Eric Wiebes moest de fiscus effectiever gaan werken met minder mensen.

Er wordt daarom in overeenstemming met de vakbonden een vrijwillige vertrekregeling opgezet zonder hier een maximum aantal personen aan te koppelen. De uitstroom is op dat moment namelijk zeer laag. In maart 2016 wordt echter duidelijk dat veel meer medewerkers interesse in de regeling hebben dan van tevoren is voorspeld.

Voor de totale operatie wordt zo'n 648 miljoen euro vrijgemaakt, maar al snel wordt duidelijk dat dit bedrag met enkele tientallen miljoenen overschreden is.

De vertrekregeling is dusdanig populair, dat staatssecretaris Menno Snel van Financiën in oktober 2018 bekendmaakte dat er nog steeds duizenden voltijdmedewerkers worden gezocht.