Het Europese noodfonds voor Afrika is zo breed opgezet, dat er geen overzicht is van de resultaten. Er zijn vertragingen bij de uitvoering van projecten rond bijvoorbeeld grensbeheer en het blijkt niet eenvoudig om te meten of de doelstellingen worden gehaald.

De Europese Rekenkamer schrijft dat in een rapport over het in 2015 opgezette noodtrustfonds EUTF van 4,1 miljard. Het leeuwendeel van het bedrag komt uit de EU-begroting. Duitsland en Italië hebben elk meer dan 100 miljoen bijgedragen.

Het fonds ondersteunt projecten in 26 landen in de regio’s rond de Sahel, het Tsjaadmeer, de Hoorn van Afrika en in Noord-Afrika. Het is bedoeld om te helpen met zaken als voedsel, onderwijs, gezondheid, veiligheid en duurzame ontwikkeling.

De steun moet stabiliteit bevorderen en diepere oorzaken van migratie wegnemen. De steun heeft volgens de rekenkamer bijgedragen aan inspanningen om het aantal migranten van Afrika naar Europa te verminderen, maar in hoeverre kan niet precies worden gemeten.

De Europese Commissie heeft de behoeften onvoldoende in kaart gebracht en bovendien zijn de prioriteiten en criteria voor de beoordeling van voorstellen niet duidelijk, aldus de controleurs.

"Gezien de ongekende uitdagingen en de begroting die ermee is gemoeid, moet het fonds doelgerichter worden en moet de steun worden aangewend voor specifieke acties die waarschijnlijk een meetbaar effect zullen hebben", meldt Bettina Jakobsen, een lid van de Europese Rekenkamer.

De Europese Commissie belooft de meeste aanbevelingen over te nemen.