WASHINGTON - De twee grootste banken van de Verenigde Staten, Citigroup en J.P. Morgan Chase & Co., hebben meer dan 200 miljoen dollar opgestreken bij boekhoudkundige transacties die schulden van het inmiddels failliete Enron moesten verdoezelen. Dat meldde The Wall Street Journal woensdag. De Amerikaanse zakenkrant baseert zich onder meer op bronnen bij het Amerikaanse Congres.

Bij een door het Congres georganiseerde hoorzitting kwamen dinsdag onderzoekers al met voor de banken belastend materiaal. De documenten suggereren dat bankiers van Citigroup en J.P. Morgan Chase op de hoogte waren van Enrons doel om met pseudo-handelingen zijn financiële situatie te maskeren. De banken zouden bovendien andere energieconcerns hebben geholpen soortgelijke boekhoudtrucs toe te passen. Het gaat om het afsluiten van leningen op basis van te verwachten inkomsten. Maar de omzetstijging had alleen in de boeken plaats.

De banken beweerden dinsdag dat de transacties legitiem zijn, dat zij geen enkele wet hebben overtreden en dat het niet hun taak is dat Enron goede boekhouding pleegt. Dinsdag raakten de twee banken door de aantijgingen op de beurs al in een vrije val. Citigroup verloor 15,7 procent en J.P. Morgan Chase & Co ruim 18 procent van zijn beurswaarde.

Volgens rechtsdeskundigen is niet uit te sluiten dat de twee grootste financiële instituten strafrechtelijk dan wel anderszins verantwoordelijk kunnen worden gesteld. Het Congres onderzoekt momenteel de ondergang van Enron en alles wat daarmee samenhangt.

De energiereus uit Houston ging vorig jaar in korte tijd failliet nadat het gegoochel met zijn boekhouding bekend werd. Het concern trok Amerika's grootste accountantskantoor Arthur Andersen in zijn val mee. Andersen was verantwoordelijk voor het goedkeuren van Enrons jaarrekening. Een aantal van zijn accountants had samen met die van Enron de frauduleuze praktijken bedacht.