Verdringing van werknemers op de arbeidsmarkt komt in Nederland nauwelijks voor, concluderen het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een gezamenlijk onderzoek.

Verdringing komt hooguit aan de onderkant van de arbeidsmarkt voor, maar daar ervaren mensen dit niet als het belangrijkste probleem, blijkt uit het woensdag verschenen onderzoek.

De twee planbureaus keken onder meer naar verdringing tussen ouderen en jongeren, tussen hoog- en laagopgeleiden en door migranten. Volgens het CPB en het SCP blijft verdringing voornamelijk uit doordat de economie groter wordt als een nieuwe groep zich op de arbeidsmarkt begeeft.

Verder hebben jongeren andere vaardigheden dan ouderen, waardoor ze elkaar aanvullen op de arbeidsmarkt. Ook groeit de vraag naar hoogopgeleiden op de arbeidsmarkt op dit moment sneller dan dat hoogopgeleiden de arbeidsmarkt betreden. Daardoor is er weinig kans op verdringing door hoogopgeleiden die onder hun niveau werken. Dat risico neemt in een recessie wel toe.

Verder doen arbeidsmigranten vaak werk dat Nederlanders niet willen doen, al is er wel enige verdringing door migranten aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

De planbureaus benadrukken overigens dat er in individuele gevallen wel sprake kan zijn van verdringing.