Het Duitse industrieconcern Siemens lijkt toch de gunning van een groot energieproject in Irak te krijgen. Het Duitse bedrijf tekende zondag een zogeheten 'memorandum of understanding' met de Iraakse overheid voor de ontwikkeling van energiecentrales. Eerder was er vanuit de Duitse industriefederatie BDI juist nog veel kritiek op de gunning.

Het project, dat een waarde van zo'n 15 miljard dollar (13 miljard euro) vertegenwoordigt, gaat uiteindelijk toch naar Siemens.

Naast Siemens was ook het Amerikaanse General Electric (GE) in de race voor het project. GE had nadrukkelijk de steun van Amerikaanse autoriteiten. Die dreigden zelfs met maatregelen tegen Irak, als het land met Siemens in zee zou gaan. Ook zou Irak door de VS de nodige wapens zijn beloofd.

De nadrukkelijke interventie van de Amerikanen was tegen het zere been van onder meer de belangrijkste industriële branchefederatie van Duitsland. Volgens de BDI tast de houding van de Amerikanen zakelijke beslissingen aan. Ook is de werkwijze van de Amerikanen onacceptabel, zei BDI-bestuurder Joachim Lang tegen de Duitse krant Welt am Sonntag.

De Iraakse overheid zei eerder dat politiek geen rol speelt bij de gunning, maar dat het gaat om zaken als werkgelegenheid, duur van de werkzaamheden en bankgaranties.

Siemens beloofde onder meer betaalbare en betrouwbare stroom. Ook werken de Duitsers mee aan het bestrijden van corruptie en bouwen ze mee aan scholen en ziekenhuizen. Volgens de top van Siemens hebben die beloftes de doorslag gegeven.