De Italiaanse regering lijkt op weg te zijn naar een confrontatie met de Europese Commissie over hoeveel de overheid mag uitgeven. Ondertussen maken ook financiële markten zich zorgen om een aanvaring. Waarom maakt iedereen zich zo druk over de Italiaanse overheidsfinanciën?

De Italiaanse staatschuld is relatief hoog

De Italiaanse staatsschuld staat op 131 procent van het Italiaanse bruto binnenlands product (bbp) en is daarmee relatief hoog. Ter vergelijking: in Nederland hebben we een staatsschuld van 56,7 procent van het bbp. Alleen Griekenland heeft met 180 procent van het bbp relatief een hogere staatsschuld. Maar de Italiaanse economie is tien keer groter dan de Griekse economie en de op twee na grootste economie van de eurozone.

Nu is er niet echt een perfect niveau. Zo heeft Japan een staatsschuld van maar liefst 230 procent. En zowel in Japan als Italië is veel schuld in handen van eigen bedrijven en particulieren, waardoor er minder druk op zit.

Zolang de rente laag is, is een flinke staatsschuld geen groot probleem. Maar de rente stijgt sinds het aantreden van de nieuwe regering van Lega en de Vijfsterrenbeweging. Een mogelijke ruzie met de Europese Commissie maakt investeerders ook zenuwachtiger. En met die hogere rente is de Italiaanse overheid ook steeds meer kwijt aan rentelasten, geld dat niet geïnvesteerd kan worden in de economie.

De Italiaanse economie wil maar niet groeien

Het aflossen van schuld is niet de belangrijkste manier waarop landen hun relatieve staatsschuld omlaagbrengen. Dit doen de landen door de economie te laten groeien. Zo daalt de relatieve schuld, een percentage van het bbp, namelijk ook.

Maar een gebrek aan economische groei is een probleem in het Zuid-Europese land. Sinds 2010 groeide de Italiaanse economie gemiddeld met maar 0,2 procent, veel langzamer dan andere landen in de eurozone.

Waar komt dit door? Economen van de Rabobank schreven in een eerder rapport over decennia van zwak bestuur en beleid. De gemiddelde Italiaanse regering hield het niet langer dan een jaar vol. De hierdoor slechte concurrentiepositie werd verholpen met een devaluatie van de eigen munt.

Verder zitten Italiaanse banken nog steeds met veel schulden die niet of maar deels worden terugbetaald. Eigenlijk pas sinds dit jaar worden grotere stappen genomen om van die schuld af te komen. Maar ook in de Italiaanse financiële sector worden de dalende Italiaanse staatsobligaties gevoeld, een groot deel van die leningen is namelijk in handen van diezelfde banken.

De ECB stopt met opkoopbeleid

Verder zal vanaf komend jaar een belangrijke koper van Italiaanse staatsschulden afhaken. De Europese Centrale Bank (ECB).

De centrale bank koopt sinds begin 2015 maandelijks voor tientallen miljarden euro's aan staatsobligaties op. Hiermee probeerde de ECB de rentekosten in de hele Europese economie te verlagen om zo de economie aan te jagen en inflatie te laten stijgen. Maar door de maatregel steeg ook direct de vraag naar die staatsobligaties en een hogere vraag betekent een lagere rente. Overheden in de hele eurozone hebben hier flink van geprofiteerd.

De ECB bouwt nu de aankopen af en stopt volgend jaar helemaal met het opkopen van obligaties. Wel worden aflopende schulden opnieuw geïnvesteerd, maar een groot deel moet worden opgevangen door investeerders. Met het wegvallen van die vraag van de ECB, is het de vraag of investeerders in dit gat springen en of ze daarvoor een hogere rente gaan vragen.