De twee grootste Nederlandse pensioenfondsen willen dat er zo snel mogelijk een pensioenakkoord komt. Op dit moment zitten zij in een slechte financiële positie en daarom kunnen ze de pensioenen niet verhogen of kortingen geven.

De fondsen vinden het frustrerend dat pensioenen niet kunnen stijgen, terwijl het goed gaat met de economie. De lonen in Nederland stijgen, maar veel gepensioneerden merken hier helemaal niets van.

Voorzitter Corien Wortmann-Kool van ambtenarenfonds ABP: "Ik kan dat niet meer uitleggen aan onze deelnemers." Ook directeur Peter Borgdorff van PFZW wacht "met smart" op een goed pensioenakkoord.

De vakbonden en werkgevers discussiëren al jaren binnen de Sociaal-Economische Raad (SER) over hoe de hervormingen van het pensioenstelsel er precies uit moeten zien. In september leek een pensioenakkoord nabij, maar de laatste tijd klinken er weer sombere geluiden over moeizame onderhandelingen.

De financiële positie van de fondsen gaat intussen wel vooruit, maar het herstel verloopt heel traag. Bij ABP kwam de beleidsdekkingsgraad, een graadmeter die belangrijk is voor verhoging en verlaging van het pensioen, in het derde kwartaal met 104,7 procent voor het eerst sinds eind 2014 boven het minimaal vereiste niveau.

Verbetering bij PFZW nog niet genoeg

Dankzij rendement op beleggingen was er ook verbetering bij PFZW, maar dat is nog niet genoeg voor het zorgfonds. Dat heeft nu een beleidsdekkingsgraad van 101,5 procent.

Metaalfondsen PME en PMT zitten inmiddels op scores van 101,8 en 102,5 procent. Voor hen begint de tijd te dringen, want zij moeten hun zaken eind volgend jaar op orde hebben. Lukt het niet, dan moeten de pensioenen verder omlaag.

Van de grote fondsen staat alleen BpfBOUW er goed voor. Dit fonds staat op bijna 119 procent en daar werd begin dit jaar ook al een pensioenverhoging doorgevoerd.