Nederland staat niet meer in het rijtje van de vijf meest concurrerende economieën van de wereld. Op de zogenoemde Global Competitiveness Index van het World Economic Forum (WEF) neemt Nederland de zesde plaats in, waar dat vorig jaar nog plek vier was.

De meest concurrerende economie van de wereld is die van de Verenigde Staten. Daarna volgen Singapore, Duitsland, Zwitserland en Japan. Nederland hield vorig jaar Duitsland nog achter zich en was toen voor het tweede jaar de beste economie van de Europese Unie. Voor de ranglijst van dit jaar is een nieuwe rekenmethode gebruikt.

Nederland scoort vooral goed op de kwaliteit van instituten. Het WEF bedoelt daarmee bijvoorbeeld de onafhankelijkheid van de rechtbanken, persvrijheid en transparantie bij de overheid.

Verder is de bescherming van eigendommen, ethiek en transparantie in het algemeen op relatief hoog niveau in Nederland. Ook de kwaliteit van de infrastructuur en het onderwijs dragen bij aan de hoge score van Nederland.

Gelijkheid en groei

In de top tien staan verder Hongkong, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken. De onderzoekers merken onder meer op dat landen met een relatief gelijke verdeling van welvaart hoog scoren in de concurrentielijst.

Nederland, Zweden en Denemarken behoren tot de meest gelijke landen ter wereld en scoren goed op de lijst van WEF. "Het is mogelijk om pro-groei en pro-gelijkheid te zijn", aldus de opstellers van het rapport.