De rechtszaken die buitenlandse beleggingsfondsen tegen de dividendbelasting aanspanden, zijn geen goede reden voor de afschaffing, stelt advocaat-generaal Peter Wattel in een advies aan de Hoge Raad. Hij gaat daarmee tegen de argumentatie van het kabinet in.

De duizenden rechtszaken waren voor het kabinet namelijk juist een van de genoemde redenen voor de omstreden afschaffing van de belasting.

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën verwees in een uitleg naar de meer dan elfduizend verzoeken van buitenlandse beleggingsfondsen om de belasting terug te krijgen. De positie van de dividendbelasting zou juridisch zwak zijn, omdat buitenlandse fondsen anders worden behandeld dan binnenlandse.

Wattel stelt dat de belasting niet in strijd is met het Europees recht. Kleine aanpassingen zouden voldoende zijn. Verder schrijft de advocaat-generaal in het advies dat de fondsen ook op minder kostbare manieren tevreden gesteld kunnen worden.

Advies eerder openbaar gemaakt

Gewoonlijk publiceert de Hoge Raad een advies pas twee weken nadat verschillende partijen ernaar hebben kunnen kijken, maar vanwege recente gebeurtenissen is de publicatie van het advies nu naar voren geschoven. Dat vertelt een woordvoerder aan NU.nl.

Als de Hoge Raad het advies opvolgt, zouden de claims van buitenlandse fondsen van tafel zijn.

Premier Mark Rutte wijst er desgevraagd op dat de dreiging van rechtszaken niet de hoofdreden is waarom hij de heffing op de winstuitkering aan aandeelhouders wil afschaffen. Verder wil hij niet op het advies van de advocaat-generaal ingaan, omdat hij zich niet in het vaarwater van de Hoge Raad wil begeven.

Afgelopen vrijdag kondigde Rutte aan de afschaffing te heroverwegen, nadat bleek dat het hoofdkantoor van Unilever voorlopig niet naar Nederland verhuist.

Ook het aantrekken van grote bedrijven zoals de levensmiddelengigant werd door het kabinet gebruikt als argument voor de maatregel.