De gemiddelde stijging van cao-lonen is sinds 2009 niet zo hoog geweest als in het derde kwartaal van 2018. Ten opzichte van een jaar eerder ging het om een toename van 2,2 procent.

De loonstijging bleef boven de gemiddelde stijging van de consumentprijzen van 2 procent, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag.

Met een gemiddelde toename van 2,9 procent stegen de lonen bij de overheid het hardst. Dat komt voornamelijk door afspraken over een hogere loonontwikkeling in het onderwijs en openbaar bestuur, aldus het CBS.

In de particuliere sector was de stijging 2,1 procent, in de gesubsidieerde sector 1,5 procent.

Het voorlopige cijfer over het derde kwartaal van 2018 is gebaseerd op 86 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Voor de bedrijfstak energievoorziening zijn bijvoorbeeld geen ontwikkelingen bekend, omdat er voor productie- en leveringsbedrijven nog geen nieuwe cao-akkoord is.

FNV noemt stijging 'positieve ontwikkeling'

Vakbond FNV noemt het een 'positieve ontwikkeling' dat de cao-lonen zijn gestegen, maar vindt dat er nog wel wat bij mag. "Als je kijkt naar de economische groei en krapte op de arbeidsmarkt, dan zie je dat we de komende tijd moeten inzetten op 5 procent", reageert FNV-bestuurder Zakaria Boufangacha.

Tegelijkertijd wijst hij erop dat een grote groep werknemers met flexibele contracten werkt, die niet onder een cao vallen. Zij hebben volgens Boufangacha een minder sterke onderhandelingspositie, waardoor werkgevers de loonstijging in die contracten gemakkelijker kunnen drukken. De vakbond wil zich daarom inzetten voor meer vaste banen.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!