Bijna een kwart heeft geen geld om aan sociale aciviteiten deel te nemen

DEN HAAG - Mensen met een handicap hebben weinig kansen op de arbeidsmarkt en hebben een relatief laag inkomen. Bijna een kwart van hen geeft aan te weinig geld te hebben om deel te nemen aan sociale activiteiten of om mensen te eten te vragen of uit te gaan.

Dat staat in de Rapportage gehandicapten 2002 die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) woensdag heeft gepubliceerd. Nederland telt anderhalf miljoen zelfstandig wonende mensen met ernstige of matige lichamelijke beperkingen. Daarnaast zijn er ruim 100.000 mensen met een verstandelijke handicap. In het rapport schetst het SCP een beeld van hun maatschappelijke positie.

Extra ziektekosten

Het inkomen van gehandicapten is lager dan van anderen. Iemand met een ernstig lichamelijke handicap heeft jaarlijks bruto gemiddeld 3000 euro minder inkomen dan een niet-gehandicapte. Vaak hebben gehandicapten ook nog extra ziektekosten. Bijna een kwart heeft geen geld om aan sociale aciviteiten deel te nemen. Ook de slechte toegankelijkheid van openbare gebouwen en problemen met aangepast vervoer belemmeren gehandicapten in hun sociale leven.

Van de 15 tot 64-jarigen met een lichamelijke beperking verricht maar 38 procent betaald werk. Onder alle 15 tot 64-jarigen is dat procent. De afgelopen tien jaar zijn er allerlei wettelijke regelingen gekomen om de arbeidsdeelname van gehandicapten te vergroten. Maar die hebben tot nu toe teleurstellend weinig resultaaat opgeleverd, aldus het SCP.

Via de Wet reïntegratie arbeidsgehandicapten werden in anderhalf jaar tijd van de doelgroep van een miljoen personen maar 17.000 mensen aan een baan geholpen. In diezelfde periode vonden 65.000 arbeidsgehandicapten op eigen kracht werk, veelal bij de oude werkgever.

Sociale werkplaats

De meeste volwassenen met een verstandelijke handicap die niet in een instelling verblijven, werken in een sociale werkplaats of brengen de dag door in een centrum voor dagbesteding. Verstandelijk gehandicapten hebben meestal maar een klein sociaal netwerk. Wanneer zij iets willen ondernemen, zijn zij afhankelijk van familie of begeleiders van het huis waar zij wonen. Zij nemen zelden deel aan openbare sociale activiteiten. Van sociale integratie is dan ook nauwelijk sprake, aldus het SCP. De trend om verstandelijk gehandicapten steeds vaker in gewone woonwijken te huisvesten, doet daar niets aan af.

Opmerkelijk is dat het gebruik van het speciaal onderwijs voor kinderen met een lichamelijke of visuele handicap de afgelopen tien jaar met 40 procent is gegroeid. Onduidelijk is waar die groei vandaan komt. Mogelijk gaan nu meer kinderen met lichte beperkingen naar het speciaal onderwijs.