Achtergrond

Dit hebben we deze week geleerd over de val van DSB Bank

Maandag, dinsdag en woensdag verhoorde de voormalige oprichter van DSB Bank, Dirk Scheringa, samen met zijn advocaat Gert-Jan Knoops een aantal mensen die betrokken waren bij de val van de bank in 2009. Een overzicht van de dingen die we daaruit wijzer zijn geworden.

De zaak draait specifiek om het weekend van 10 en 11 oktober 2009, waarin de bank omviel. Volgens Scheringa kon de bank dat weekend gered worden, maar gebeurde dat niet.

In 2009 ging het plotseling slecht met DSB. De bank kwam op omvallen te staan na een aantal boetes van de Autoriteit Financiële Markt en nadat een groep in de Stichting Hypotheekleed verenigde ontevreden klanten anderen opriepen om hun geld weg te halen bij de bank.

Omdat een reddingspoging door de grote systeembanken afketste, deed De Nederlandsche Bank (DNB) dat weekend een verzoek voor een noodregeling, waardoor DNB de controle over de bank zou krijgen. Maar dat verzoek werd afgewezen, omdat DSB nog een paar miljoen euro op de bank had staan.

Desondanks verscheen de maandag daarop een verhaal in de Volkskrant over de aanvraag van de noodregeling, waarna nog meer mensen hun geld weghaalden bij de bank.

Scheringa zegt nu dat DNB en het ministerie het nieuws over het aanvragen van de noodregeling bewust hebben laten uitlekken. Volgens Scheringa werd expres op het failliet van de bank aangestuurd.

Dit weten we dankzij de verhoren van afgelopen week:

Volgens DNB was de situatie hopeloos

De noodregeling werd weliswaar afgewezen door de rechter, de situatie bij DSB was nog steeds "hopeloos", aldus oud-DNB-directeur Lex Hoogduin.

De bank had 26 miljoen euro in kas, exclusief transacties die dat weekend nog plaatsvonden. Twee dagen later zou de bank volgens Hoogduin 300 miljoen euro moeten hebben; de liquiditeitsreserve die de Europese Centrale Bank eiste. Volgens Hoogduin was het onmogelijk dat dat zou lukken en stond het vast dat de bank zou omvallen.

Honderden mensen wisten van de problemen bij DSB

Om geen bankrun te veroorzaken, was het van belang dat er zo min mogelijk over de problemen bij de bank naar buiten kwam. Maar volgens Scheringa werd er te weinig gedaan om lekken te voorkomen. Honderden mensen wisten namelijk van het lek, of konden iets vermoeden.

Binnen De Nederlandsche Bank waren het er 225. Daarnaast had DNB ook nog een callcenter ingeschakeld, zodat er genoeg personeel achter de telefoons zat om gedupeerde klanten te woord te staan.

Volgens de recherche waren in totaal zo'n vijfhonderd mensen op de hoogte van de problemen.

Er was geen duidelijk communicatieplan

Toen de rechter de aanvraag voor de noodregeling had afgewezen, is er geen nieuw communicatieplan opgezet. Ook nadat het artikel van de Volkskrant uitkwam, heeft DNB geen actie ondernomen. Er is bijvoorbeeld geen persbericht gestuurd om te proberen de pijn te verzachten.

"We hebben wel over het artikel gesproken, maar vrij snel kwam de tweede aanvraag voor een noodregeling in beeld, en die middag hadden we een persconferentie", zei Benno van der Zaag, het voormalige communicatiehoofd van DNB.

Lees meer over:
Tip de redactie