In een maand tijd is de euro in waarde ruim 5 procent gestegen tot 1,01 dollar

AMSTERDAM - Voor de consument in het eurogebied kan de koersdaling van de dollar ten opzichte van de euro prettige gevolgen hebben. Tenminste, als hij niet behoort tot het groeiende leger van werklozen. In een maand tijd is de euro in waarde ruim 5 procent gestegen tot 1,01 dollar.

Volgens gegevens van De Nederlandsche Bank levert dat in een jaar een daling van de importprijzen op van 1,1 procent, maar een evengrote stijging van de werkloosheid. De inflatie wordt met 0,1 procent gedrukt.

Door de economische malaise in de wereld kunnen er nog eens extra effecten optreden in het prijspeil in euroland. Tien procent lagere olieprijzen leveren 0,8 procent goedkopere producten uit het buitenland per jaar op en drukt de werkloosheid ook nog eens met 1 procent. Eenzelfde daling van de prijzen voor grondstoffen en halffabrikaten drukt de importprijzen met 1,9 procent, en het aantal mensen zonder werk met maar liefst 17 procent. Ook hebben de laatste tweegenoemde ontwikkelingen een licht drukkend effect op de inflatie. Veel van de effecten van de verschillende dalingen ebben na een jaar weg.

Of de effecten werkelijk optreden, is echter nog maar de vraag. De koersstijging van de euro is eerder het gevolg van wantrouwen tegen de dollar dan van een sterk toegenomen vertrouwen in de euro. De burger gelooft nog steeds niet in een echt economisch herstel op korte termijn. Een terughoudend bestedingspatroon is hiervan het gevolg. Psychologische factoren, zoals die zeer sterk zichtbaar zijn op de financiële markten, spelen tot nu toe de (negatieve) hoofdrol op het economische toneel.