Negen jaar na dato is Dirk Scheringa een rechtszaak begonnen over de val van de bank waar hij eigenaar van was. Wat wil hij hiermee bereiken?

Opeens staat zakenman Scheringa weer volop in de aandacht. In het Paleis van Justitie verhoort zijn advocaat Geert-Jan Knoops deze week functionarissen van De Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën. Doel is vaststellen wat hun rol bij het faillissement van de DSB-bank in oktober 2009 was.

Waardoor ging het ook alweer mis met de DSB-bank?

De door Scheringa van de grond af opgebouwde bank was lange tijd een succesverhaal. Door een toegankelijk imago en laagdrempelige leenvoorwaarden wist de DSB-bank een sterk groeiend klantenbestand aan zich te binden. In de loop van de tijd werden wel steeds vaker vraagtekens gezet bij de hoge provisies die de bank rekende en de vaak onnodige polissen die aan leningen gekoppeld waren.

In 2009 ging het in korte tijd helemaal mis met de bank. In mei legde de Autoriteit Financiële Markten DSB twee boetes op voor het overkrediteren en onvoldoende informeren van klanten. Daar bleef het niet bij.

Gedupeerde klanten verenigden zich in de Stichting Hypotheekleed, die zich onder leiding van Pieter Lakeman meer en meer ging roeren in de media. Toen Lakeman klanten begin oktober van dat jaar opriep om hun geld weg te halen bij de bank, werd daar massaal gehoor aan gegeven. DSB kwam op omvallen te staan.

Wat verwijt Scheringa wie?

De zaak die nu bij de rechtbank dient, draait om de rol van het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank (DNB) bij het uiteindelijke faillissement. Scheringa zegt dat die instanties er bewust op uit waren om zijn bank ten val te brengen, omdat DSB een te grote uitdaging voor de gevestigde orde werd.

Het kamp-Scheringa wijst daarbij op de gebeurtenissen in het weekend van 10 en 11 oktober 2009. DSB deed in dat weekend bij de rechtbank in Amsterdam een verzoek voor een zogenoemde noodregeling. Als dat was gehonoreerd, had DNB de controle overgenomen en de bank op de been gehouden. De rechter wees het verzoek af, omdat DSB op dat moment nog voldoende eigen vermogen had.

Scheringa zegt nu dat DNB en het ministerie het nieuws over het aanvragen van de noodregeling bewust hebben laten uitlekken, wat ertoe leidde dat nog veel meer klanten hun geld van de bank haalden.

Een belangrijk bewijsstuk vormt een e-mail over de geheime procedure die een topambtenaar van het ministerie in de nacht van zondag op maandag naar een collega op Algemene Zaken stuurde. De bankrun kwam er inderdaad en een week later was DSB-bank failliet.

Wat wil hij bereiken?

Daarnaar gevraagd zei Scheringa bij het begin van de zaak dat het hem vooral om waarheidsvinding gaat. Dat is volgens hem ook belangrijk voor de tweeduizend medewerkers van zijn bedrijf die destijds hun baan verloren. Maar de gevallen bankier bereidt ook een forse schadeclaim voor.

De afgelopen twee jaar heeft de oud-politieman de zaak uitgebreid onderzocht met zijn stichting DS Claim. Die raamt de geleden schade op 830 miljoen euro en had het eigenlijk meteen al hogerop willen zoeken dan bij enkele hoge ambtenaren.

Een verzoek om oud-minister Wouter Bos van Financiën en toenmalig DNB-president Nout Wellink te horen, werd eerder dit jaar door de rechter afgewezen.