WENEN - De ministers van Olie van de Organisatie van Olie-Exporterende Landen (OPEC) zijn het woensdag op een vergadering in Wenen eens geworden over een verhoging van het officiële productieplafond met 500.000 vaten (van 159 liter) tot 28 miljoen vaten per dag per 1 juli. Dat heeft de Saudische minister van Olie, Ali al-Naimi, meegedeeld. De hoeveelheid is exclusief de productie van Irak.

De feitelijke olieproductie van de OPEC neemt waarschijnlijk niet toe omdat de organisatie nu al iets meer dan 28 miljoen vaten per dag boven de grond haalt. Door dat niveau te formaliseren, hoopt de OPEC de prijzen duidelijk onder het huidige hoge peil te brengen. Voor het geval dat dat niet lukt, heeft voorzitter Ahmed Fahd-Sabah van de ministers een volmacht gekregen consultaties te beginnen over een verdere vergroting van de productie met 500.000 vaten voor september.

De OPEC levert ongeveer 40 procent van de wereldproductie. De minister van Olie van Irak, Ibrahim Bahr al-Ulum, verklaarde dinsdag bij aankomst in Wenen dat zijn land op het moment ongeveer 2,2 miljoen vaten per dag produceert. De export bedraagt 1,5 miljoen vaten. Daarvan gaat 29 procent naar Europa, 31 procent naar Azië en 39 procent naar de Verenigde Staten.

Het besluit om meer olie te produceren, leverde niet de gewenste daling van de olieprijs op. De prijs liep na de bekendmaking zelfs iets op. Een verdere stijging deed zich voor toen bekend werd dat in de Verenigde Staten de voorraden ruwe olie de afgelopen week zijn afgenomen. Amerikaanse olie was aan het eind van woensdagmiddag in prijs opgelopen tot boven de 56 dollar per vat. Eerder op de dag noteerde deze oliesoort 55 dollar.