AMSTERDAM - De inkomens van Nederlandse topmanagers zijn in 2004 met gemiddeld 13 procent gestegen. Dat meldt de Volkskrant zaterdag op basis van eigen onderzoek onder bijna tweehonderd bedrijven.

Van de Nederlandse bedrijven betaalde Unilever zijn bestuurders het beste. In 2004 ontving de gemiddelde Unileverbestuurder 3 miljoen euro. Op een goede tweede plaats staat Ahold met een gemiddeld salaris voor bestuurders van 2,1 miljoen euro. Uit de gegevens blijkt verder dat in de afgelopen vijftien jaar de topinkomens bijna zijn verdrievoudigd. In dezelfde periode stegen de CAO-lonen met 45 procent.

Opvallend grote stijging

Vooral de topinkomens bij grote beursgenoteerde ondernemingen lieten vorig jaar een opvallend grote stijging zien. Topman Jeroen van der Veer van oliemaatschappij Shell ontving 123 procent meer dan in 2003 en Philip Green van rederij P&O Nedlloyd zag zijn beloning stijgen met 150 procent. Ben Noteboom van uitzendconcern Randstad kreeg met 1,3 miljoen euro bijna anderhalf keer meer dan een jaar eerder.

Het onderzoek laat ook zien dat bonussen een steeds belangrijker onderdeel worden van de beloning van topmensen. Bonussen maken inmiddels 30 procent van de totale beloning uit. Betalingen aan pensioenvoorzieningen zijn goed voor ruim 12 procent van de beloning.

De grootse verdiener in het onderzoek is de Indiaas-Britse staalbaron Lakshmi Mittal. De baas van Mittal Steel, het grootste staalbedrijf ter wereld, verdiende vorig jaar 4,6 miljoen euro, bijna 2,5 keer zoveel als een jaar eerder. Zijn beloning valt overigens in het niet bij zijn totale vermogen. Dat wordt geschat op 21 miljard euro.

Commotie

De gestegen topinkomens leidden eerder dit jaar tot commotie bij werknemers, werkgevers en in de politiek. Het CNV stelde zich niet langer gebonden te voelen aan centrale afspraken met werkgevers en werknemers over loonmatiging als topmanagers zichzelf excessief blijven belonen. De discussie laaide verder op toen bleek dat de topmannen van de energiebedrijven Nuon en Essent er flink in inkomen op vooruit waren gegaan.

Het CDA kwam in geweer tegen deze forse salarisverhogingen. Premier Balkenende noemde topmanagers die zichzelf verrijken in een tijd dat Nederland juist pas op de plaats moet maken "schadelijk voor de economische ontwikkeling". Zijn uitspraken stuitten op zware kritiek van toenmalig voorzitter Schraven van de werkgeversorganisatie VNO-NCW. Hij stelde dat Nederland door de kritiek van met name het CDA onaantrekkelijker wordt als investeringsland.