Britten zijn gek op tapijt uit Nederland en Nederlandse producenten halen dan ook een groot deel van hun omzet uit het Verenigd Koninkrijk. Hoe moet dat na de Brexit?

Directeur Robbert Wapstra van Edel Group vertelt dat zijn bedrijf al veertig jaar zakendoet met Groot-Brittannië. De tapijtdivisie van het Overijsselse bedrijf heet Edel Carpets B.V. en heeft een eigen verkoopkantoor in Engeland.

Van daaruit bedienen de Nederlanders hun Britse klanten. "Engelsen zijn gek op ons tapijt", zegt Wapstra. "Hoe dat komt? Een kwestie van goede smaak, maar dat klinkt misschien als een verkooppraatje."

Feit is dat de tapijtproducent uit Genemuiden 40 procent van zijn omzet verdient in het Verenigd Koninkrijk. Wapstra houdt het nieuws over Brexit dan ook nauwlettend in de gaten.

"Omdat we voor zo'n groot deel afhankelijk zijn van het Verenigd Koninkrijk, nemen we Brexit heel serieus", zegt hij. "Dat geldt niet alleen voor ons, maar voor de hele Nederlandse tapijthandel."

Onduidelijkheid

Brancheorganisatie Modint schrijft dat Nederlandse bedrijven in de textielbranche gemiddeld voor 15 procent afhankelijk zijn omzet door de export naar Groot-Brittannië. Er is nog volop onduidelijkheid over wat er na Brexit gaat gebeuren.

Vorige week kwam de Britse premier Theresa May met een voorstel, maar dat is nog niet goedgekeurd. In het plan staat dat het VK de regels voor industriële en agrarische producten gelijk blijven aan die van de EU. Ofwel, May wil dat de Britten in een interne markt voor goederen blijven met de EU. Dit geldt overigens niet voor diensten.

Dat zou goed nieuws zijn voor Wapstra, maar hij durft nog niet te juichen. "Er kan nog van alles veranderen, het is afwachten", zegt hij.

Vijf scenario's

De directeur van de tapijtproducent heeft zich goed voorbereid. Hij heeft de vijf grootste risico's voor zijn bedrijf bepaald en voor elk risico een strategie bedacht. "Hiermee willen we de schade zoveel mogelijk beperken."

De grootste risico's voor Edel Group zijn verdere daling van de koers van de Britse pond, importheffingen en tijdverlies bij de douane. Verder onderzocht hij in hoeverre Britse concurrenten aantrekkelijker kunnen worden. En tot slot maakt hij zich zorgen over de verzwakking van de Britse economie.

Ponden en levering

"Je kunt van tevoren ponden verkopen aan de bank", vertelt de directeur. "Dus dat hebben wij gedaan voor vrijwel de hele verwachte pondenontvangst van 2018. Dit willen we misschien ook doen voor een deel van de verwachte opbrengst van 2019. We verkopen de ponden tegen de huidige koers, dus als die verder daalt hebben wij daar minder last van."

Verder huurt hij opslagruimte in Engeland zodat hij altijd op tijd kan leveren. "We beloven levering binnen 48 uur, het is dus belangrijk om te zorgen dat ons Engelse magazijn op tijd voldoende gevuld is. Met een eigen magazijn kunnen we het tijdsverlies aan de grenzen opvangen."

Britse economie

De grootste bedreiging voor de Nederlandse tapijtleverancier is de verzwakking van de Britse economie. Als het minder goed gaat, worden tapijtbestellingen misschien uitgesteld. Hij is niet bang dat de klanten dan gaan bestellen bij zijn Britse concurrenten.

"Uit analyse van onze Britse concurrenten blijkt dat ook zij de grondstoffen moeten importeren. Dat is zo'n 70 procent van de kostprijs van tapijt. Het voordeel voor hen blijft dus beperkt tot de importheffing over de resterende 30 procent. Dat gaat het verschil niet maken."

Er blijft wel een risico op minder of uitgestelde bestellingen. Daarom investeert het bedrijf op het moment minder in de Britse markt en meer in andere landen. Welke landen, wil hij niet vertellen. "Dan gaan mijn concurrenten dat ook doen."

Meer ondernemers over Brexit: