Een verdere escalatie van de handelsspanningen in de wereld heeft mogelijk verstrekkende economische gevolgen. Daarvoor waarschuwt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in een update van zijn groeiramingen.

De denktank wijst erop dat de Verenigde Staten met hun importheffingen een grote groep landen in het harnas hebben gejaagd.

Het gevolg hiervan zijn vergeldingsacties of dreigementen daartoe van onder meer China, de Europese Unie, Japan en buurlanden Mexico en Canada.

Rekenkundige modellen van het IMF wijzen uit dat als alles waarmee nu gedreigd wordt ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd, de omvang van de wereldeconomie tegen 2020 wel eens zo'n 0,5 procent lager kan uitvallen dan voorzien.

Het fonds houdt er rekening mee dat de handelsvete allerlei nadelige effecten heeft op bijvoorbeeld het vertrouwen van ondernemers, prijzen en de investeringen.

Groeiprognose

Voorlopig handhaven de rekenmeesters hun groeiprognose voor de wereldeconomie nog wel. Het gaat hierbij om plussen van 3,9 procent in zowel 2018 als 2019. Maar sinds de vorige raming in april zijn de onzekerheden toegenomen, aldus het IMF.

De voorspelling voor de groei in de eurozone is wel iets verlaagd. Dat heeft ermee te maken dat de economische activiteit in Frankrijk en Duitsland eerder dit jaar toch wat haperingen liet zien. Voor het eurogebied houdt het IMF het nu op 2,2 procent groei dit jaar en 1,9 procent volgend jaar.

Politieke uitdagingen 

In Brussel staan beleidsmakers voor enkele fundamentele politieke uitdagingen, zegt het fonds dat vindt dat de risico’s voor de groei hierdoor de laatste maanden groter zijn geworden. Europese lidstaten zullen het bijvoorbeeld eens moeten worden over hun beleid ten aanzien van migranten. Ook vormen de brexitonderhandelingen nog steeds een bron van onzekerheid.

Het IMF heeft tevens zijn vooruitzichten voor onder meer het Verenigd Koninkrijk, Japan en Brazilië wat getemperd, terwijl de prognoses voor een olieland als Saoedi-Arabië juist zijn opgekrikt. De ramingen voor de VS en China blijven hetzelfde en voor Nederland zijn dit keer geen specifieke cijfers gemeld.