De Europese Commissie gaat nonchalant om met de begrotingsregels van EU-landen. Bij een aantal lidstaten met een hoge schuld ziet ze er onvoldoende op toe dat die hun schuld verminderen en stelt Brussel zich te flexibel op.

Dat staat in een rapport van de Europese Rekenkamer over het toezicht van Brussel op de begrotingsregels. De afspraken daarover, die in 1997 in het zogenoemde Stabiliteits- en Groeipact zijn vastgelegd, werden in 2011 uitgebreid om de begrotingsdiscipline aan te scherpen.

Sindsdien stuurt de commissie landen aan om in hun huishoudboekje structureel rekening te houden met minder goede tijden.

Landen met bijzonder hoge schulden krijgen opdracht die omlaag te bewegen richting 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is het plafond dat is afgesproken voor de overheidsschuld, naast een maximaal begrotingstekort van 3 procent van het bbp.

Het rapport bevestigt de indruk die publiekelijk al langer bestaat dat landen die zich niet aan de eisen van het pact houden daar toch mee wegkomen; ze beloven beterschap, of hun argumenten over tegenvallers worden geaccepteerd.