De Nederlandse overheidsfinanciën zijn in het eerste kwartaal verder verbeterd. Het overschot op het overheidssaldo is ten opzichte van het voorgaande kwartaal toegenomen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat bood ruimte voor een verdere aflossing van de staatsschuld.

Het overschot op het overheidssaldo, oftewel alle belastingopbrengsten minus de overheidsuitgaven, stond in het eerste kwartaal gelijk aan 1,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat was in het laatste kwartaal van vorig jaar nog 1,2 procent.

Het gestegen overschot is te danken aan de groei van de Nederlandse economie. Die zorgde ervoor dat de Staat ook meer vennootschapsbelasting kon innen. Daarnaast stegen de inkomsten uit btw en inkomensbelastingen.

De overheid wist door de gunstige financiële positie ook haar schulden verder af te bouwen. Die daalden volgens het CBS in het eerste kwartaal met ruim 10 miljard euro naar 411 miljard euro, wat gelijkstaat aan 55 procent van het bbp.

Dat is ruim binnen de normen van de Europese Unie, die voorschrijven dat de overheidsschuld niet hoger dan 60 procent van het bbp mag zijn.