De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zit fout met zijn bevindingen over productiviteitsgroei in Nederland. Het instituut stelt dat voorlopers in innovatie wat productiviteit betreft verder uitlopen op de rest, maar dat klopt volgens economen van het Centraal Planbureau (CPB) niet.

De drie CPB-economen hebben onderzoek gedaan naar de productiviteitsgroei in Nederland en hun bevindingen gepubliceerd in het vakblad Economisch Statistische Berichten.

De economen hebben de periode 2006 tot en met 2015 bekeken. Ze hebben geen aanwijzingen gevonden dat de productiviteit van de sterkst innoverende bedrijven in die periode sneller is toegenomen dan die van de achterblijvers.

Volgens de deskundigen hebben zij, in tegenstelling tot de OESO, ook kleine bedrijven onderzocht. Die zijn belangrijk bij het meten van de nationale productiviteit en laten een ander groeipatroon zien, betogen zij.

De OESO vond in een recent onderzoek forse verschillen in productiviteitsgroei tussen innoverende bedrijven en ondernemingen die daar minder aan doen. Die verschillen doen zich in veel landen voor, waaronder Nederland.

Het instituut verbond aan die resultaten ook beleidsaanbevelingen. De OESO pleitte bijvoorbeeld voor hervormingen van de concurrentiewetgeving en adviseerde meer geld te steken in opleiding en ontwikkeling.