AMSTERDAM - De forse stijging van de prijzen in Nederland hebben wel degelijk te maken met onderwaardering van de gulden ten opzichte van de Duitse mark. Dat zegt oud-directeur Internationale Zaken bij De Nederlandsche Bank (DNB) André Szasz in het tv-programma Zembla .

"We hadden in 2001 een prijsstijging van vijf procent en in 2002 een prijsstijging van vier procent. Dat is samen negen procent. Dat is als je het vergelijkt met het Eurogebied als geheel het dubbele."

Szasz was destijds de architect van het idee om de Nederlandse munt aan de Duitse mark te koppelen om zo lagere inflatie en een stabiele rente te bewerkstelligen. Hij zat van 1973 tot 1994 aan de tafels waar het monetaire beleid in Europa werd vastgesteld.

De vroegere plaatsvervanger van DNB-president Wim Duisenberg uit hiermee nieuwe kritiek op het regeringsbeleid ten tijde van de invoering van de euro. Hij gaat in tegen het verhaal van Minister Zalm die zegt dat er vrijwel geen verband is tussen de prijsstijgingen en de onderwaardering van de gulden.

Szasz stelt dat "door het niet revalueren van de gulden voor het invoeren van de euro, er meer rekening moest worden gehouden met het doorschieten van loon- en prijsstijgingen. De overheidsfinanciën hadden tegen dat doorschieten meer kunnen doen dan naar mijn mening is gebeurd." Ook zegt hij dat er door de invoering van de euro meer prijsstijging was dan nodig zou zijn geweest.

Minister Zalm zegt in Zembla dat hij het niet eens is met de kritiek van de oud DNB-directeur. "De heer Szasz heeft een andere kijk dan ik. De prijsstijgingen hadden niet te maken met de overwaardering van de Duitse mark ten opzichte van onze gulden, maar met heel andere nationale ontwikkelingen zoals loonstijgingen. Die hebben een prijsspiraal in werking gesteld."