Vennootschapsbelasting Nederlandse zeehavens was terecht volgens EU-hof

De Nederlandse zeehavens hebben in 2016 terecht de opdracht van Brussel gekregen om vennootschapsbelasting te betalen. 

Dat stelt het Europees Hof van Justitie in een door de havenbedrijven van Groningen, Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, Den Helder en Zeeland aangespannen zaak over ongelijke concurrentie met havens in Frankrijk, België en Duitsland. Het Havenbedrijf Rotterdam reageert teleurgesteld.

EU-commissaris Margrethe Vestager (Mededinging) beval Nederland in januari 2016 een einde te maken aan de belastingvrijstelling voor de zes zeehavens. Volgens haar gaf die de Nederlandse havens een concurrentievoordeel op de Europese markt. Het niet hoeven afdragen van de vennootschapsbelasting is volgens haar in strijd met de EU-regels voor staatssteun.

De havens stapten daarop naar de rechter omdat volgens hen ook de Belgische, Franse en mindere mate Duitse zeehavens een vorm van staatssteun kregen. Daardoor werd Nederland door de Europese Commissie op een concurrentienadeel gezet, stelden ze.

België en Frankrijk

In juli vorig jaar heeft Vestager ook België en Frankrijk bevolen te stoppen met hun belastingvoordelen met ingang van 2018.

De Nederlandse havens hadden gepleit voor een gelijke ingangsdatum. Ze zijn op zich niet tegen de belasting, maar blijven vinden dat die op hetzelfde moment voor alle Europese havens zou moeten gelden, aldus het Havenbedrijf Rotterdam. Dat betreurt ''dat het Hof geen waarde heeft toegekend aan onze argumenten om te komen tot een gecoördineerde aanpak.''

Lees meer over:
Tip de redactie