De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal met 0,5 procent gegroeid ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Daarmee groeide het bruto binnenlands product (bbp) iets minder hard dan in het vierde kwartaal van 2017 (0,7 procent).

De groei zat vooral in de toename van binnenlandse bestedingen, maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag bekend. In vergelijking met een jaar eerder kwam de groei uit op 2,8 procent.

Het eerste kwartaal had een werkdag minder dan dezelfde periode een jaar eerder. Als hier rekening mee wordt gehouden, dan is het bbp met 3 procent gegroeid ten opzichte van begin 2017.

Volgens econoom Piet Hein van Mulligen van het CBS doet de iets minder uitbundige groei weinig af aan het beeld van de Nederlandse economie. ''Dat was al goed en dat zet door'' constateert hij. ''We liggen op koers om de 3 procent groei van afgelopen jaar weer te halen.''

Consumenten

Vooral de consumentenuitgaven zaten in het eerste kwartaal in de lift. Consumenten hebben in het eerste kwartaal ruim 3 procent meer uitgegeven dan een jaar eerder.

Dat komt neer op de grootste groei in ruim zeventien jaar. Al zestien kwartalen achtereen wordt door consumenten meer besteed dan een jaar eerder.

De groei van de consumptie wordt uiterst breed gedragen, zegt Van Mulligen. ''Bedenk iets en we geven er meer aan uit'', zegt hij. Vooral aan duurzame consumentengoederen wordt meer besteed.

''Aan auto's, elektrische apparaten en woninginrichting, maar ook aan horeca en kleding. De consument merkt in zijn portemonnee nu ook dat het beter gaat.''

Schoenen

Achterblijvers zijn er nauwelijks, in ieder geval niet op sectorniveau. ''Wel zie je moeilijk verklaarbare verschillen binnen bepaalde productgroepen'', zegt Van Mulligen. ''Er is bijvoorbeeld meer uitgegeven aan kleding, maar minder aan schoenen.'' Hoe dat komt, is onduidelijk.

Ook is meer uitgegeven aan gas, omdat het gemiddeld kouder was dan een jaar eerder. ''Eind februari, begin maart hebben we nog enkele koude dagen gehad, waardoor er meer gestookt is dan normaal'', licht Van Mulligen toe.

Vaste activa

In het eerste kwartaal hebben bedrijven ook meer geïnvesteerd in vaste activa. Het ging om een toename van ruim 6 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Met vaste activa worden zaken bedoeld die langer dan een jaar in een productieproces worden gebruikt, zoals machines, vervoermiddelen en software.

Export

Het CBS merkt daarnaast op dat de export is gegroeid, maar dat de import nog harder is toegenomen. Voor het eerst in ruim twee jaar had het exportsaldo (het verschil tussen de import en de export) een negatief effect op de groeicijfers.

De uitvoer van goederen en diensten viel in het eerste kwartaal bijna 4 procent hoger uit dan een jaar eerder. In het voorgaande kwartaal was de groei bijna twee keer zo groot. Tegelijkertijd is de invoer van goederen en diensten in het eerste kwartaal met bijna 5 procent toegenomen.

China

Er zijn met name meer machines, chemische producten en transportmiddelen door Nederlandse bedrijven uitgevoerd. De uitvoer van eerder ingevoerde producten, de zogenoemde wederuitvoer, is harder toegenomen dan de export van Nederlandse producten.

Een eenduidige oorzaak voor het achterblijven, is volgens Piet Hein van Mulligen van het CBS moeilijk te noemen. ''De uitvoer van aardolie is iets gedaald en de export naar China is ook wat achtergebleven. Maar die heeft geen groot aandeel in de totale export, dus dat kan niet als enige verklaring gelden.''

Bouw

De bouwnijverheid liet van alle bedrijfstakken in het eerste kwartaal de grootste productiegroei zien (6,1 procent). De groei zat vooral in de bouw van woningen. De zakelijke dienstverlening volgt met een plus van 5 procent ten opzichte van een jaar eerder.

De Nederlandse industrie wist in het eerste kwartaal 4 procent meer te produceren. Met name de productie van machines, transportmiddelen en chemische producten is toegenomen. In de delfstoffenwinning was de daling het grootst (-10,1 procent).