Kledingconcern C&A onderzoekt of een deel van de kleding onder dwang wordt gemaakt door Chinese gevangenen. Donderdag meldde de Financial Times dat er in Chinese gevangenissen kleding wordt gemaakt voor onder meer C&A en H&M.

C&A neemt het bericht van de Financial Times "zeer serieus" en gaat onderzoeken of er inderdaad sprake is van dwangarbeid, laat het in een reactie aan de NOS weten. 

"We tolereren geen dwangarbeid in onze productieketen", aldus C&A. "Dat geldt ook voor arbeid in gevangenissen. Als wij ergens dwangarbeid ontdekken, wordt het contract met de leverancier direct beëindigd."

Peter Humphrey zat twee jaar gevangen in China en deelde zijn ervaringen in de Financial Times. "De gevangenis was een bedrijf", schreef hij. Volgens Humphrey werd er op elk dagdeel door gevangenen gewerkt in de gemeenschappelijke ruimte. 

Daar viel Humphrey op dat er ook kleding werd gemaakt voor ketens als C&A en H&M.

De buitenlanders in het celblok van Humphrey waren Afrikanen en Aziaten. Volgens hem werkten ze van 's ochtend vroeg tot 's avonds laat. Ze zouden 120 yuan (ruim 15 euro) per maand verdienen. 

Volgens C&A worden de 273 leveranciers uit China jaarlijks gecontroleerd.