LONDEN - Stroomstoringen die grote 'black-outs' veroorzaken, zoals in 2003 aan de oostkust van de Verenigde Staten, zullen in de toekomst steeds vaker voorkomen. Dit komt door onvoldoende investeringen en verouderde energiecentrales. Dat stelt het accountantskantoor PricewaterhouseCoopers in een maandag gepubliceerd onderzoek.

Volgens het rapport is tot het jaar 2030 wereldwijd ongeveer 12,7 miljard dollar aan investeringen nodig om aan de groeiende vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen. Verwacht wordt dat in die periode het elektriciteitsverbruik zal verdubbelen. Het bedrag is flink hoger dan de 10 miljard dollar die het Internationale Energiebureau (IEA) nodig acht om de energievoorziening te garanderen.

Het onderzoek is uitgevoerd onder ongeveer 120 investeerders en leidinggevenden in de energiesector in 36 landen. Daaruit kwam naar voren dat tweederde van de respondenten denkt dat het aantal ernstige stroomstoringen in de toekomst gelijk blijft of zal toenemen. Een kwart gaf aan juist een daling van het aantal black-outs te verwachten.

Vooral in de VS zijn extra investeringen vereist. Het land heeft tot 2030 ongeveer 3,4 miljard dollar nodig. Dit komt vooral doordat het de grootste energieverbruiker ter wereld is. Europa moet 1,9 miljard dollar investeren en China heeft 2,4 miljard dollar nodig om de energievoorziening op peil te houden.

In 2003 werden grote delen van het noordoosten van de VS getroffen door stroomstoringen. Hierdoor kwamen miljoenen mensen in steden als New York zonder stroom te zitten. Ook in Europese landen als Italië en Groot-Brittannië komen geregeld ernstige stroomstoringen voor.