Alliander zet laadpalendochter Allego in de etalage. Volgens het netwerkbedrijf kan Allego met een andere eigenaar beter klaargestoomd worden voor de toekomst.

Allego werd in 2013 opgezet om laadoplossingen op maat te maken voor gemeenten, bedrijven en vervoersmaatschappijen. De onderneming is actief in steeds meer Europese landen. Daardoor nemen ook de investeringsrisico's voor het moederbedrijf, dat in publieke handen is, toe.

Stormachtig

Alliander-topvrouw Ingrid Thijssen vindt dat het risicoprofiel van de volgende fase minder bij een bedrijf als Alliander past. "De ontwikkelingen op de markt van elektrisch rijden zijn stormachtig. Over twaalf jaar moet iedere nieuwe auto in Nederland emissieloos zijn. Daar is een passende infrastructuur met onder andere honderdduizenden nieuwe laadpalen voor nodig."

De eerste gesprekken met geïnteresseerde partijen voor Allego zijn inmiddels gepland. Alliander verwacht dat het ergens in de loop van de eerste helft van dit jaar tot een verkoop kan komen.

Rechter

Dat Allego eigenlijk niet zo past bij een netwerkbedrijf, is overigens iets dat concurrenten van de laadpalendochter al langer zeggen. Een partij als Nuon vindt dat Allego zich als dochter van Alliander niet op een commerciële markt mag begeven en stapte hiervoor ook naar de rechter.

Het gerechtshof in Arnhem ging daar in november in mee. Allego mag wel laadpalen plaatsen, maar moet zich in opdrachten verre houden van de elektriciteitslevering. Het besluit om Allego nu van de hand te doen staat volgens Alliander echter los van dat geschil. Bij de laadpalendochter werken ruim 170 mensen en de activiteiten zijn verspreid over zes landen.