De overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen waren in de periode van het vierde kwartaal van 2016 tot en met het derde kwartaal van 2017 gelijk aan 27,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Dat is bijna hetzelfde niveau als voor de kredietcrisis. In 2007 bedroeg het aandeel van de overheid in het bbp 27,1 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag op basis van eigen onderzoek.

Tijdens de crisis steeg het aandeel van de overheid, met 2009 als hoogtepunt. Toen had de overheid een aandeel van 30,8 procent.

Overheidsconsumptie zakte na 2009 van 26,5 naar 24,3 procent. Dat kwam deels door bezuinigingen op organisatiekosten (zoals salarissen, materiaal en huisversting). Ook speelde actief beleid om zorguitgaven te beteugelen een rol, meldt het CBS.

Het aandeel van overheidsinvesteringen daalde van 4,3 naar 3,5 procent. Dat komt vooral door lagere investeringen in infrastructuur en bedrijfsgebouwen. Investeringen in software en onderzoek en ontwikkeling stegen nog wel na 2009.

Laagconjunctuur

Het aandeel van de overheid in het bbp hangt onder meer samen met de conjuctuur. Omdat overheidsbestedingen minder gevoelig voor conjunctuur zijn dan andere bestedingen (zoals die van bedrijven) zijn ze in tijden van laagconjunctuur doorgaans groter.

Een toename van het aandeel investeringen van de overheid hing dan ook logischerwijs samen met economische krimp in de betreffende jaren.

In de periode van 2012 tot en met 2013 was er echter wel sprake van een afnemend aandeel van de overheid in het bbp, terwijl er toen ook sprake was van laagconjunctuur. Dat is het gevolg van bezuinigingen die de overheid vanaf 2010 doorvoerde.