Het invoeren van speciale AOW-regels voor mensen in 'zware beroepen' gaat niet werken. Dat zeggen onderzoekers van het economisch instituut SEO in het vakblad ESB.

De politiek, de werkgevers en de werknemers zijn het erover eens dat groepen die te hard getroffen worden door het verhogen van de pensioenleeftijd, moeten worden ontzien. Maar de SEO-onderzoekers concluderen dat de tot nu toe voorgestelde oplossingen te weinig opleveren of niet uitvoerbaar zijn.

Probleem is dat het lastig is om vast te stellen welke beroepen als 'zwaar' moeten worden beoordeeld en welke niet. Zelfs als dat wel lukt, komt een ander dilemma om de hoek kijken: de gebrekkige registratie van wie in Nederland welk beroep uitoefent en hoe lang hij of zij dat al doet. 

Dat laatste wordt bijvoorbeeld een probleem bij het voorstel om de ingangsdatum van de AOW te baseren op het arbeidsverleden. Een werknemer mag dan na 40 of 45 gewerkte jaren stoppen, maar de gegevens daarover worden pas sinds 1999 bijgehouden.

De denktank ziet ook niet veel in het idee om de AOW-leeftijd te koppelen aan opleidingsniveau. Er zijn ook zware beroepen waarvoor een hogere opleidingseis geldt, zoals verpleegkundigen, zeggen zij.

Bovendien vinden ze dat de prikkel om op latere leeftijd nog bij te leren minder wordt, als je juist met een lagere opleiding eerder mag stoppen met werken.