In de periode vanaf het vierde kwartaal van 2016 tot en met het derde kwartaal van 2017 is de schuld van de overheid met 8 miljard euro afgenomen tot 413 miljard euro.

Daarmee komt de schuld uit op 57 procent van het bbp, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag.

De schuld ligt al drie kwartalen onder de Europees vastgestelde bovengrens van 60 procent van het bbp.

Eind 2016 voldeed Nederland met een percentage van 61,8 nog niet aan de schuldnorm, maar mede dankzij de verkoop van aandelen in ASR en ABN AMRO heeft het rijk de schuld kunnen drukken. De verkoop leverde de overheid 2,5 miljard euro op.

Het saldo van de overheid kwam op jaarbasis uit op een overschot van 1,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp), meldt het CBS. Dat is het hoogste saldo in zestien jaar.

"Het saldo is inmiddels ruim drie jaar positiever dan het Europees maximaal toegestane tekort van 3 procent van het bbp."

Eurolanden

Slechts zes andere eurolanden, waaronder Estland en Malta, voldoen net als Nederland aan de Europese normen van tekort en schuld.

De gemiddelde schuld van de eurolanden was 89,1 procent van het bbp. Het gemiddelde begrotingstekort kwam uit op 1,1 procent van het bbp.

Griekenland noteerde de hoogste schuld (176,1 procent van het bbp), maar boekte wel een positief saldo. Spanje had daarentegen zowel een begrotingstekort als een schuld van bijna 100 procent van het bbp.

Estland kende het laagste schuldniveau (8,9 procent van het bbp) en Malta het hoogste begrotingsoverschot (2,0 procent van het bbp).

Aandelen

Aan het eind van het derde kwartaal vertegenwoordigen de aandelen van de overheid een gezamenlijke waarde van 98 miljard euro, weet het CBS. Ongeveer een kwart van de deelnemingen is in het bezit van gemeenten en provincies.

De grootste deelneming heeft de overheid in De Nederlandsche Bank (DNB), ter waarde van bijna 29 miljard euro. De overheid is ook deels eigenaar van onder meer gasbedrijf Gasunie, netbeheerder Tennet, vervoerder NS en luchthaven Schiphol.