DEN HAAG - Met afgenomen economische groei duurt het voor werkzoekenden een stuk langer om een baan te vinden. De afgelopen vijf jaar duurde het gemiddeld vier à vijf maanden voordat iemand weer aan de slag kon. Naar verwachting zal de zoektijd nu oplopen tot zes tot zeven maanden.

Die voorspelling deed het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), de voormalige Arbeidsvoorziening, maandag bij de presentatie van het onderzoek 'Hoe zoeken werkzoekenden'. Het centrum baseert zich daarbij op gegevens uit 1993 en 1994, toen er ook een laagconjunctuur was.

Vorig jaar vonden jongeren tot 23 jaar in gemiddeld twee maanden werk. Werkzoekenden ouder dan veertig jaar deden er met tien maanden vijf keer zo lang over. Bij arbeidsongeschikten duurde het zelfs tien keer zo lang. De positie van allochtone werkzoekenden verbeterde daarentegen. Zij waren gemiddeld 5,5 maanden op zoek naar een baan.

Uit het onderzoek over 2001 bleek dat mensen toen al minder optimistisch werden over het vinden van een nieuwe baan. Steeds minder mensen met een baan gingen op zoek naar nieuw werk, concludeerde het CWI. Desondanks vonden mensen wel sneller werk dan een jaar eerder.

Het aantal moeilijk vervulbare vacatures nam vorig jaar toe. Maar liefst 58 procent van de werkgevers had moeite om ,,bij gebrek aan sollicitanten'' functies op te vullen. In 1997 was dat nog 35 procent. Tegelijkertijd werden vacatures waar voorheen ongeschoolden voor werden ingezet vaker door beter opgeleide mensen vervuld. Volgens het CWI is 14 procent van de vacatures bestemd voor ongeschoolden. Maar slechts 5 procent wordt ook daadwerkelijk door hen vervuld.

Ouderen hadden ondertussen te maken met verborgen leeftijdsdiscriminatie, constateerde het CWI. Terwijl 31 procent van de beroepsbevolking ouder is dan veertig jaar, was 9 procent van de aangenomen personen boven die leeftijd. Ook allochtonen en WAO-ers hebben wat dat betreft nog een achterstand.