De huidige fiscale wetgeving in Nederland is niet toereikend voor het corrigeren van de milieuschade. Door productie van goederen in de industrie is de schade per jaar 7 miljard euro.

Dit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een vrijdag gepubliceerd rapport. De studie verkent de mogelijkheden voor het heffen van "groene belastingen" op grondstoffen en materialen.

De nadruk ligt volgens PBL nu op de consument, terwijl dat minder effect zou hebben. "Groene belastingen kunnen het beste gericht worden op de productiefase waar de milieuschade ontstaat. Belastingen op de consumptie zijn veel minder effectief dan belastingen op productie."

Milieuschade

De milieuschade is niet alleen een gevolg van de uitstoot bij de verbranding van fossiele energie, maar ook van het gebruik van fossiele energiedragers als grondstof. Het gaat dan bijvoorbeeld om het gebruik van olieproducten voor het produceren van plastics.

"Daar schiet de wetgeving tekort", aldus het PBL. Ongeveer 55 procent van het totale gebruik van fossiele energie in de industrie wordt niet belast. 

Productie

Uit de berekeningen van het planbureau blijkt dat het belangrijkste deel van de milieuschade in Nederland plaatsvindt bij de productie van materialen, zoals aluminium, ijzer, plastics en kunstmest en halffabricaten zoals staal en auto-onderdelen.

Volgens het planbureau is een effectieve beprijzing van milieuschade onmisbaar in de beoogde transitie naar een economie zonder fossiele energie.