ROTTERDAM - De kartelwaakhond NMa en justitie hebben geregeld informatie over de bouwfraude uitgewisseld. Dat bleek maandag tijdens de behandeling van de strafzaak tegen vier bouwbedrijven en hun (ex-)directeuren.

Het Openbaar Ministerie en de mededingingsautoriteit hebben afspraken gemaakt over de uitwisseling van gegevens over frauderende bouwbedrijven. De NMa moet voorzichtig omgaan met bewijsmateriaal dat bij een bedrijfsinval wordt verzameld, en mag die niet altijd doorspelen aan justitie.

Diverse verzoeken om informatie van de kant van het OM zijn om die reden van de hand gewezen, zei M. McLaggan maandag. Het voormalig hoofd van de Taakgroep Bouw van de NMa trad voor de rechtbank in Rotterdam op als getuige in de strafzaak.

Getipt

De advocaten hadden McLaggan als getuige opgeroepen, omdat zij vermoeden dat justitie en de NMa wel erg makkelijk gegevens over de bouwfraude uitwisselden. Als voorbeeld werd de schaduwboekhouding van wegenbouwer KWS genoemd. Justitie heeft bij de kartelwaakhond expliciet naar deze zogenoemde Paasadministratie gevraagd. Volgens advocaat B. van Eijck van KWS kon justitie niet weten van de bijnaam die de NMa aan de administratie gaf en moet de mededingingsautoriteit haar getipt hebben over het bestaan van de schaduwboekhouding.

De verdediging was ook kritisch over de wijze waarop justitie gegevens heeft verzameld uit de computersystemen van de NMa. Rechercheurs van de politie hebben verklaard dat zij toegang kregen tot de computers van de kartelwaakhond en daar meteen complete stukken uit meenamen. Pas later zou de NMa toestemming hebben gegeven om die informatie te gebruiken.

"Dat is bij mijn weten niet gebeurd", reageerde McLaggan. Volgens het gewezen hoofd van de Taakgroep Bouw hebben de rechercheurs slechts een overzicht meegekregen van de bestanden die de NMa bezit. Daarna zou die informatie volgens de afgesproken spelregels zijn opgevraagd.