RIJSWIJK - Stroomstoringen duren steeds langer, omdat energiebedrijven meer tijd nodig hebben om ze te verhelpen. In 2001 is de duur van een storing in het elektriciteitsnet met 15 procent toegenomen. Een huishouden zat vorig jaar gemiddeld 31 minuten zonder stroom, tegenover 27 minuten in 2000.

Dat blijkt maandag uit cijfers van brancheorganisatie Energiened. De kans op stroomuitval is wel gelijk gebleven. Een huishouden heeft gemiddeld eens in de drie jaar geen elektriciteit door een storing in het net. Per jaar vinden er 12.000 storingen plaats, aldus Energiened.

De brancheorganisatie heeft geen verklaring voor de langere duur om stroomuitvallen te verhelpen. Energiened stelt wel dat het niet weet of er sprake is van een trend.

Volgens een woordvoerder van energiebedrijf Eneco kan het liggen aan het samengaan van verschillende ondernemingen. Technische diensten zijn werkzaam over grotere gebieden, zodat het langer duurt om ergens te komen. "Bovendien kent Nederland een korte storingsduur. Als er een paar lange storingen tussen zitten, vertekenen die het beeld", stelt de woordvoerder.

Nuon wijt de langere stroomuitvallen aan betere registratie. "Wij schrijven nauwkeuriger op hoelang een storing duurt. Vandaar deze nieuwe cijfers. Het kan dus best zo zijn dat de duur vroeger ongeveer hetzelfde was", zei een voorlichter.