DEN HAAG - De concurrentie tussen tankstations op de hoofdwegen blijft nog steeds achter bij die op lokale en regionale wegen. Dit stelt de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in een zogenoemde scan van de ontwikkelingen op de benzinemarkt in 2004. Deze is vrijdag gepubliceerd op de website van de NMa.

De NMa constateert dat de gevestigde oliemaatschappijen, zoals Shell en BP, zich in toenemende mate concentreren op de grote snelwegen, waar de automobilist in het algemeen minder gevoelig is voor prijsprikkels. Zij weten zo de winstmarges op een hoog niveau te houden.

Op de lokale wegen is dat anders. Daar rukken vooral de onbemande tankstations op, waardoor de keuzemogelijkheden ten aanzien van de service en de prijs toenemen. Ook ziet de kartelwaakhond fenomenen als 'happy hour' en gratis tanken bij een telefoonabonnement opduiken. Kleinere partijen trekken de kar op de regionale snelwegen. Zelfstandige pomphouders sluiten zich daar steeds meer bij aan.

De concurrentie op de lokale wegen heeft maar een gering effect op de situatie op de hoofdwegen, aldus de NMa. "Consumenten gaan niet van de snelweg af om ergens goedkoper te kunnen tanken", zei een woordvoerster. De mededingingsautoriteit concludeerde dit in 2003 ook al. Wel kunnen er meer concurrentieprikkels komen als de wegrestaurants pompstations gaan openen. Dit mag al wel, maar gebeurt nog niet op grote schaal.

De NMa voerde de scan in 2003 voor het eerst uit. De kartelwaakhond koos voor dit toezichthoudende instrument nadat was gebleken dat er geen actie kon worden ondernomen tegen het gebrek aan concurrentie tussen de tankstations op de snelwegen. De NMa oordeelde in 2001 dat oliemaatschappijen de brandstofprijzen kunstmatig hoog houden door afspraken met de pomphouders. De consument zou daardoor 5 cent per liter te veel betalen. De NMa kon dit echter niet hardmaken.