Philips mag sommige medische hulpmiddelen, waaronder defibrillatoren, tot nader order niet verkopen in de Verenigde Staten. Dat heeft een federale rechtbank bepaald.

Ook twee leidinggevenden van het bedrijf worden aangepakt. De maatregelen duren tot het moment dat Philips verbeteringen doorvoert.

Philips stemde eerder in met verscherpt toezicht op zijn fabrieken in de Verenigde Staten waar onder meer defibrillatoren worden gemaakt. De uitspraak van woensdag is volgens het concern een formaliteit.

Bij inspecties tussen 2009 en 2015 kwam naar voren dat Philips bij de productie van de apparaten in Noord-Amerika niet aan alle kwaliteitseisen voldeed.

Het bedrijf besloot te stoppen met het maken van die apparaten in de fabrieken in Andover en Bothell, totdat was vastgesteld dat de regels weer worden nageleefd.

Wensen

Volgens de rechtbank in de staat Massachusetts laat de reactie van Philips op de problemen nog te wensen over. De ingreep nu geldt voor de fabriek in Andover. Bestuurders Carla Kriwet en Ojas Buch tekenden eerder voor de aanpassingen die in overleg met justitie in de VS doorgevoerd moeten worden.

Eerder moest een fabriek voor medische scanners in Cleveland langdurig dicht, nadat de FDA in 2011 ook daar productieproblemen had geconstateerd. De resultaten van Philips hebben daar jarenlang onder geleden. De problemen in Cleveland waren overigens van een totaal andere orde dan de huidige kwestie waar Philips mee worstelt.

In Cleveland moesten ook de producten opnieuw worden ontworpen. Philips verwacht nu met beperktere maatregelen goedkeuring te krijgen voor het herstarten van de productie.