Treinreizigers moeten beter worden beschermd tegen vertragingen, annuleringen en discriminatie. 

De Europese Commissie stelt daarom voor de uit 2009 daterende wetgeving voor passagiersrechten in het spoorvervoer te verbeteren.

Veel landen blijken vrijstellingen op de EU-regels te hanteren voor binnenlandse, regionale en grensoverschrijdende diensten.

Dit ondermijnt de rechten van reizigers aanzienlijk, stelt de commissie. Nederland is volgens Brussel een van de slechts vijf landen die de EU-wetgeving voor de rechten van treinpassagiers wel toepassen. Ook België, Denemarken, Italië en Slovenië doen dat.

Teruggave

De commissie wil af van de vrijstellingen zodat treinreizigers overal in de EU dezelfde rechten hebben. Zo hebben passagiers nu al recht op teruggave van 25 procent van het treinkaartje bij een vertraging van 60 tot 119 minuten en 50 procent als de trein minstens twee uur te laat op de bestemming aankomt.

De compensatie moet binnen een maand na aanvraag worden terugbetaald. Onder de huidige regels moeten de spoorwegmaatschappijen ook compenseren als er sprake is van overmacht, bijvoorbeeld door natuurrampen die ze niet konden voorzien of voorkomen. Die verplichting wil de commissie schrappen.

Rechten

Volgens EU-commissaris Violeta Bulc (Vervoer) zijn veel reizigers onvoldoende op de hoogte van hun rechten. De informatie moet verbeterd worden, bijvoorbeeld door rechten op het ticket te printen.

Brussel stelt ook voor dat personen met een handicap of beperkte mobiliteit het recht op verplichte bijstand op alle treindiensten krijgen.