Vooral ontwikkelingslanden zijn de dupe van de opwarming van de aarde. Zij zijn ook minder goed in staat om zich te wapenen tegen klimaatverandering. 

Volgens een nieuwe studie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zal de internationale gemeenschap komende tijd dus moeten bijspringen om deze landen hierbij te helpen.

Ontwikkelingslanden zijn extra de pineut omdat landbouw en pure mankracht in hun economie doorgaans een grotere rol spelen.

Ook liggen veel van die landen in gebieden waar het nu al erg warm is. Het hoeft er maar ietsje heter te worden en er groeit bijvoorbeeld amper nog een gewas of arbeiders kunnen amper nog hun werk doen.

Invloed op bbp

De economische impact moet niet worden onderschat, aldus de IMF-onderzoekers. Als er niets wordt gedaan om de huidige klimaatverandering binnen de perken te houden, kan het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking in ontwikkelingslanden rond 2100 zomaar bijna een tiende lager liggen dan bij gelijke weersomstandigheden.

Er zijn wel manieren om je als land beter voor te bereiden op klimaatveranderingen, bijvoorbeeld door te investeren in technologie en infrastructuur die bescherming bieden tegen extreme weersomstandigheden. Maar daarvoor hebben armere landen vaak niet voldoende eigen middelen.

Amper bijgedragen

Bijkomstigheid is dat deze landen zelf ook niet zo heel veel kunnen doen aan de temperatuurstijging. Historisch gezien hebben ontwikkelingslanden amper bijgedragen aan de enorme uitstoot van broeikasgassen in de afgelopen decennia.

Veel hangt ook af van grote internationale afspraken als het klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Als het lukt om de opwarming van de aarde voorlopig beperkt te houden tot maximaal 2 graden, zoals in Parijs werd afgesproken, dan kan dit ontwikkelingslanden volgens het IMF al aardig op weg helpen.